Wandeltocht van Ambleside naar Rosthwaite.
Vandaag zouden we het eerste echte traject van "The Inn Way" lopen: van Ambleside via Rydal en Grassmere door de vallei naar boven over "Greenup Edge" en weer naar beneden in de vallei naar Rosthwait. Niet alleen de eerste echte wandeltocht, maar ook voor het eerst met volle bepakking, de rugzak met 8 kilo en niet ons kleine dagrugzakje. OK, here it comes... Dit is een tocht die niet onderschat moet worden. De tocht is zo'n 26 klilometer, maar vooral is het een lange klim en daarna een lastige afdaling. Daarnaast is het pad niet altijd duidelijk aangegeven, zodat een kaart en eventueel kompas noodzakelijk zijn. Het gedeelte van Ambleside naar Rydal was vrij eenvoudig. Eerst een klein stukje langs de autoweg, maar gelukkig al snel op een wandelweg door het park. Het gedeelte van het pad van Rydal naar Grassmere was een gemakkelijke weg, maar eigenlijk nogal druk bewandeld door groepen mensen en scholieren.

Omdat we vlakbij Grassmere het pad, zoals omschreven in het boek, kwijtraakten, besloten we op basis van de kaart naar Grassmere af te dalen. Zodoende kwamen we niet helemaal op de plek in Grassmere uit waar we wellicht gedacht hadden. Marko en Robert wilden eigenlijk nog wat meer van het plaatsje zien, maar ik wist aan de hand van de kaart dat het zwaarste gedeelte nog moest komen en pushte ze dus een beetje om verder te gaan. Omdat ik niet precies wist waar we nu in Grassmere waren, vroeg ik even de weg. Al snel liepen we het stadje aan de goeie kant weer uit en vonden de "public footpath" die ons in de juiste vallei zou brengen. De weg veranderde gaanderweg in wat leek op een oude romeinse Via. De weg leidde ons langzaam verder omhoog de vallei in, maar nog steeds was de totale lengte van de vallei verborgen achter een heuvel, waar we eerst omheen moesten. We kwamen bij een bruggetje waarover we het riviertje konden oversteken. We pauzeerden kort om de omgeving in ons op te nemen.

Volgens de kaart hadden het moeilijkste nog steeds voor de boeg en nog geen uitzicht op het eind van de vallei, waar we uiteindelijk de pas zouden moeten oversteken. We gingen verder en ik maakte een kleine fout door een duidelijker pad linksaf omhoog klimmend in te gaan. Na een paar minuten klimmen vermoedde ik dat we fout zaten, bekeek de kaart opnieuw uitvoerig en zag dat het goeie pad zich beneden ons bevond. We daalden weer en sloegen het goeie pad in. Na ongeveer twintig minuten waren we om de heuvel heen gelopen en hadden we voor het eerst een duidelijk zicht op de gehele vallei en zagen we waar we heen moesten.

Voor ons lag een lange voortdurende klim om de pas te bereiken. In de verte zag ik dat de heuveltoppen, alhoewel de hemel grijs was van de wolken, vrij waren van mist of laaghangende bewolking. Omdat het boek zei dat het pad boven niet overal duidelijk gemarkeerd was en misleidend in de mist kon zijn, had ik bij mijzelf reeds besloten dat wanneer ik op dit punt twijfels over het zicht zou hebben ons allemaal terug zou laten keren! Het zag er hier en nu niet naar uit dat het op korte termijn veel erger zou worden en het zicht was goed. Langzaam klommen we verder omhoog de vallei in op weg naar de toppen in de verte. Naar mate we hoger kwamen, werd de wind steeds heftiger. Beneden in de vallei hadden we er nauwelijks last van, maar hierboven des te meer.

Na een paar uur voortdurend klimmen over een vaak rotsige pad, bereikten we de top van de pas. Aan de andere kant was een wat lager gelegen vallei. We besloten net even over de top van de pas buiten bereik van de wind te pauzeren. Ik bestudeerde de kaart, het pad was op de kaart alleen in een vage richting aangegeven en in het landschap waren ook al nauwelijks aanwijzingen te vinden. Wanneer ik de kaart goed interpreteerde, moesten we afdalen in de kleine ondiepe vallei en iets naar links weer omhoog over de volgende heuveltop. Ik zag aan de overzijde ook wel iets wat weg had van een pad. Ik vertelde niet dat ik bezorgd was over het vervolg van de weg en gaf de richting aan waar we nu heen moesten. Het gedeelte wat we nu nog moesten klimmen viel tegen en was zeker voor Marko en Robert een tegenvaller. Halverwege deze klim hielden we even halt om rond te kijken. Loodgrijze wolkenluchten zover het oog rijkte.

Na een paar minuten vervolgden we onze klim, het was niet overal even duidelijk hoe het pad liep, je moest steeds goed in de verte de wat duidelijker aanwijzingen in de gaten houden. Twintig minuten later waren we bovenaan de heuveltop gekomen en zagen we het uitzicht aan de andere kant van de heuvels. Bijna krampachtig probeerde ik aanwijzingen in het landschap te vinden om er zeker van te zijn dat dit de goeie richting was. Ik moest er niet aan denken dat we na uren lang moeizaam dalen een verkeerde vallei bleken te zijn in gelopen. Hierboven was er nauwelijks sprake van een pad, we liepen dwars over een heideveld en het enige signaal van de juiste richting was een hoop gestapelde stenen in de verte. Op dit gedeelte van het pad moest je dus van de ene stapel stenen naar de andere lopen. Vandaar dat je in de mist niet veel verder zou kunnen, omdat je de stenen in de verte niet kon zien.

Soms moesten we van een rechte lijn afwijken, omdat we om een moerassig gedeelte heen moesten, het was dan belangrijk de locatie van de volgende stapel stenen goed in de gaten te houden, want deze verdween dikwijls even uit het zicht. Volgens mijn interpretatie van de kaart zou het pad eerst langzaam naar beneden moeten gaan, om dan bij een steil en rotsachtig gedeelte aan te komen, daar zouden we dan in korte tijd snel de vallei afdalen naar het riviertje, om vanaf dat punt licht dalend langs het riviertje verder de vallei in te gaan. Nog steeds bezorgd over de juistheid van het pad hield ik de omgeving in de gaten. Ik was dan ook erg blij om na ongeveer 20 minuten licht dalend over heidevelden een duidelijk rotsachtig pad voor me te zien wat zich snel dalend voor ons uitstrekte. In de verte beneden mij zag ik dat het pad aan het eind van dit gedeelte duidelijk als een weggetje langs het riviertje verder het dal verder ging.

Gerustgesteld dat het landschap om ons heen zich ontwikkelde zoals het volgens de kaart zou moeten, leidde ik Marko en Robert via een steile rotsige trap verder het dal in. Na een moeizame tocht over een zeer oneffen en rotsig pad tot aan het eind, geen gemakkelijk weggetje om losjes over te lopen, kwamen we langs de eerste nerderzetting: "Stonewaith". Volgens de kaart niet meer dan een paar huizen plus (zeer belangrijk) een "Inn". We besloten daar de rivier over te steken om even in de Inn uit te rusten. Vooral Robert had last van zijn voeten gekregen en ook Marko had het even helemaal gehad. De open haard brandde in de Inn en buiten regende het inmiddels. We rustten wat uit en dronken een cider. Volgens de barman was Rostwaith nog ongeveer 10 minuten lopen. Dat bleken er later zo'n 20 minuten te zijn. Uiteindelijk arriveerden we rond 18:30 uur in Rostwaith in de "Royal Oak Hotel"; dinner werd geserveerd om 19:00 uur, alleen maar even omkleden dus.