Lake District - mei 2005


Verslag van een week wandelen door het Lake District.
Marko, Robert en ik hebben voorjaar 2005 een paar wandelingen in het Lake District gemaakt. Ik had zelf deze locatie uitgezocht gebaseerd op vage herinneringen uit mijn jeugd, toen ik als achttienjarige met mijn vader in Appleby geweest ben.

Dag 1


Reis Amsterdam Schiphol - Liverpool - Appleby in Westmoorland.
We zijn met EasyJet gevlogen en ons vliegtuig zou om 9:10 uur vertrekken; daarom inchecken vanaf 7:10 uur. We spraken af om 7:00 uur in het Centraal Station van Amsterdam, namen de trein van 7:13 uur en waren om 7:30 uur op het vliegveld. De incheckbalie bleek bijna de meest oostelijke van het vliegveld te zijn (balie 31) en we hadden ongeveer 15 minuten nodig om daar te komen! Om 7:45 uur sloten we aan bij een van de toch wel erg lange rijen van balie 31. Na een half uur wachten hadden we nog maar een paar mensen voor ons, uiteindelijk mochten we voor gaan omdat de baliemedewerkers vroegen of er nog mensen voor Liverpool in de rij stonden. Bij de douane was er weer een erg lange rij, waardoor we 15 minuten nodig hadden om er doorheen te komen. Het vliegtuig vetrok echter van de meest westelijke pier, waardoor het ons 20 minuten kostte om van de douane bij de pier te komen. Alhoewel we dus anderhalf uur voor vertrek op Schiphol aankwamen, bleek het erg problematisch om op tijd bij het vliegtuig te komen. We waren bijna de laatsten die naar binnen gingen. (Hoe vroeg waren de andere passagiers dan aanwezig?) De vlucht was voorspoedig (wel enig vervelende turbulentie, waardoor er 15 minuten lang geen hete drank werd geserveerd). Met een shuttle busdienst werden we naar het centrum van Liverpool gebracht. Op de website van de NS had ik de treinreis van Liverpool naar Appleby in Westmoorland al uitgezocht, dus het was nu alleen nog maar een zaak van kaartjes kopen en kijken van welk platform te trein zou vertrekken. Allereerst met de trein van Liverpool naar Leeds. Daarna op de Leeds-Carlisle express. Om 16:41 kwamen we aan in Appleby. Alhoewel de stationnetjes onderweg naar Appleby pittoresque waren, viel ons de exclusiviteit van de treinreis wat tegen. Misschien kwam dit door de verwachtingen die we hadden, maar het uitzicht was niet echt bijzonder. In Appleby logeerden we in "The White Hart Hotel". Dit was wat ons betreft de slechtste accommodatie van de gehele trip.


Dag 2


Wandeling in de Eden Valley.
Omdat we echt recreatieve wandelaars zijn, wilden we vandaag gebruiken om een rustige wandeling in de omgeving te maken om er enigszins in te komen. Op de kaart hadden we gezien dat er iets ten noordoosten van Appleby een interessant uitziende vallei met steile wanden lag. Ik stippelde een route uit naar deze vallei. Op de kaart stond aangegeven dat er in de buurt een "danger area" was, maar ik kon niet ontdekken wat daarmee bedoeld werd. Na ongeveer twee uur wandelen kwamen we aan het begin van de vallei bij het dorpje Hilton. Helaas bleek daar maar al te duidelijk wat met "danger area" bedoeld werd. Het betrof hier een oefenterrein van het leger en wanneer de rode vlag gehesen was, dan was het terrein in gebruik. Natuurlijk was de rode vlag gehesen en op afstand hoorden we ook duidelijk het geluid van repeteer geweren.

Aangezien het geen avontuurlijke wandeling betrof, besloten we een andere weg te nemen en naar een vallei meer naar het westen te gaan. Na enige tijd wandelen over een landelijke weg die steeds smaller werd, gingen we het veld in over een "public footpath". We passeerden het erf van een boerderij en kwamen aan de voet van de vallei. In de verte zagen we de kloof waar de beide hellingen van de vallei bij elkaar kwamen.

We besloten om niet helemaal daarheen te gaan, maar halverwege de vallei af te dalen naar het beekje wat beneden stroomde en daar tegen de andere helling weer omhoog te klimmen. Volgens de kaart konden we bovenop de tegenoverliggende heuvel een gedeelte van de Pennine Way lopen. Boven aangekomen hadden we een prachtig uitzicht over de Eden Valley. We daalden af in de richting van het dorpje Dufton, waar we een heerlijke kop thee dronken. Vanaf Dufton liepen we over geasfalteerde binnenwegen terug naar Appleby.

Oordeel over Appleby.
We wilden wandelen in het Lake District, maar omdat ik vage persoonlijke herinneringen aan Appleby had, hebben we eerst een uitstapje naar de Eden Valley en Appleby gemaakt. Afgezet tegenover wat we later in het Lake District zouden zien, zijn de Eden Valley en Appleby wat ons betreft geen apart tochtje waard. Wij vonden de omgeving van het Lake District vele malen mooier dan de Eden Valley en Appleby zelf stelde enorm teleur. Vooral de pubs in Appleby waren vanuit een toeristisch oogpunt van wandelaars gezien erg vervelend. Overal de televisies met sport en de luidsprekers veel te hard, zodat je geen zinnig gesprek kon voeren. Vergeet Appleby en ga direct door naar Ambleside!


Dag 3


Reizen van Appleby naar Ambleside.
Vandaag zouden we eerst met de trein van Appleby naar Carlisle gaan (de laatste drie kwartier van de Leeds - Carlisle Expres). Deze drie kwartier bleken eigenlijk net zo teleurstellend als het gedeelte van Leeds naar Appleby. De ochtend begon fris, grijs en af en toe spetterde het een beetje. Gelukkig brandde de open haard op het station van Appleby.

Volgens een Engelse Public Transport Information Site op het internet konden we een bus van Carlisle naar Annan nemen en daar vandaan met een bus naar Ambleside. Vetrouw niet blindelings op het internet, maar controleer ook enigszins wat er aan informatie aangeboden wordt. Ik kon thuis Annan niet op mijn kaarten vinden, maar ik dacht dat het toevallig net niet op deze kaarten stond. Dat klopte ook wel, want Annan bleek in Schotland te liggen (net iets boven het Lake District en een uur met de bus vanaf Carlisle). Eenmaal in Annan aangekomen bleek daar absoluut geen busverbinding met Ambleside te bestaan. Sterker nog, de meeste mensen die we op straat vroegen wisten niet eens waar Ambleside lag. We gingen dus weer terug met de bus naar Carlisle. Bij navraag op het station kregen we een treinverbinding via Penrith naar Windemere en daarvandaan met de bus naar Ambleside. De treinreis gaf enkele mooie uitzichten over valleien. Vooral het gedeelte van Penrith naar Windemere was fraai. Ambleside is welliswaar duidelijk toeristisch, maar een erg mooi stadje om te verblijven en om enkele wandelingen in de omgeving te maken. Ik had twee overnachtigingen in "The Unicorn Inn" geboekt. De Unicorn Inn is zeer zeker aan te bevelen. Alhoewel de kamers een laag plafond hebben, wat lastig kan zijn wanneer je lang bent, is alles verder in orde. De bar is gezellig en het is er prettig vertoeven, de barmeals zijn erg lekker en er zijn lokale bieren op de tap. Alles wat de toerist verwacht!


Dag 4


Wandelen in de omgeving van Ambleside.
Vandaag wilden we weer een wandeling in de omgeving maken. Het weer was prachtig en we gingen op pad richting Troutbeck. Even buiten Ambleside verlieten we de geasfalteerde weg en klommen omhoog richting "Skeighyl Wood".

Het pad maakte deel uit van de National Trust en was eigenlijk een beetje druk. Na verloop van tijd kwamen we bij Troutbeck, een aardig dorpje in een prachtige vallei. Volgens de kaart konden we via de asfalt weg en gedeeltelijk over een footpath naar de "Kirkstone Pass" lopen.

Het was een mooie zonnige tocht en bij het begin van de pas aangekomen was daar een Inn waar we even konden bijkomen en een heerlijke cider drinken.

We gingen over een stenen weg in een andere vallei weer terug naar Ambleside. Omdat ik toch wilde weten hoeveel kilometer we eigenlijk gelopen hadden, kocht ik in Ambleside een "curvimeter". Het waren vandaag toch zo’n 17 kilometer. Die avond aten we weer in de bar van onze eigen Inn en genoten later van "cider", "beers" en "live music".


Dag 5


Wandeltocht van Ambleside naar Rosthwaite.
Vandaag zouden we het eerste echte traject van "The Inn Way" lopen: van Ambleside via Rydal en Grassmere door de vallei naar boven over "Greenup Edge" en weer naar beneden in de vallei naar Rosthwait. Niet alleen de eerste echte wandeltocht, maar ook voor het eerst met volle bepakking, de rugzak met 8 kilo en niet ons kleine dagrugzakje. OK, here it comes... Dit is een tocht die niet onderschat moet worden. De tocht is zo'n 26 klilometer, maar vooral is het een lange klim en daarna een lastige afdaling. Daarnaast is het pad niet altijd duidelijk aangegeven, zodat een kaart en eventueel kompas noodzakelijk zijn. Het gedeelte van Ambleside naar Rydal was vrij eenvoudig. Eerst een klein stukje langs de autoweg, maar gelukkig al snel op een wandelweg door het park. Het gedeelte van het pad van Rydal naar Grassmere was een gemakkelijke weg, maar eigenlijk nogal druk bewandeld door groepen mensen en scholieren.

Omdat we vlakbij Grassmere het pad, zoals omschreven in het boek, kwijtraakten, besloten we op basis van de kaart naar Grassmere af te dalen. Zodoende kwamen we niet helemaal op de plek in Grassmere uit waar we wellicht gedacht hadden. Marko en Robert wilden eigenlijk nog wat meer van het plaatsje zien, maar ik wist aan de hand van de kaart dat het zwaarste gedeelte nog moest komen en pushte ze dus een beetje om verder te gaan. Omdat ik niet precies wist waar we nu in Grassmere waren, vroeg ik even de weg. Al snel liepen we het stadje aan de goeie kant weer uit en vonden de "public footpath" die ons in de juiste vallei zou brengen. De weg veranderde gaanderweg in wat leek op een oude romeinse Via. De weg leidde ons langzaam verder omhoog de vallei in, maar nog steeds was de totale lengte van de vallei verborgen achter een heuvel, waar we eerst omheen moesten. We kwamen bij een bruggetje waarover we het riviertje konden oversteken. We pauzeerden kort om de omgeving in ons op te nemen.

Volgens de kaart hadden het moeilijkste nog steeds voor de boeg en nog geen uitzicht op het eind van de vallei, waar we uiteindelijk de pas zouden moeten oversteken. We gingen verder en ik maakte een kleine fout door een duidelijker pad linksaf omhoog klimmend in te gaan. Na een paar minuten klimmen vermoedde ik dat we fout zaten, bekeek de kaart opnieuw uitvoerig en zag dat het goeie pad zich beneden ons bevond. We daalden weer en sloegen het goeie pad in. Na ongeveer twintig minuten waren we om de heuvel heen gelopen en hadden we voor het eerst een duidelijk zicht op de gehele vallei en zagen we waar we heen moesten.

Voor ons lag een lange voortdurende klim om de pas te bereiken. In de verte zag ik dat de heuveltoppen, alhoewel de hemel grijs was van de wolken, vrij waren van mist of laaghangende bewolking. Omdat het boek zei dat het pad boven niet overal duidelijk gemarkeerd was en misleidend in de mist kon zijn, had ik bij mijzelf reeds besloten dat wanneer ik op dit punt twijfels over het zicht zou hebben ons allemaal terug zou laten keren! Het zag er hier en nu niet naar uit dat het op korte termijn veel erger zou worden en het zicht was goed. Langzaam klommen we verder omhoog de vallei in op weg naar de toppen in de verte. Naar mate we hoger kwamen, werd de wind steeds heftiger. Beneden in de vallei hadden we er nauwelijks last van, maar hierboven des te meer.

Na een paar uur voortdurend klimmen over een vaak rotsige pad, bereikten we de top van de pas. Aan de andere kant was een wat lager gelegen vallei. We besloten net even over de top van de pas buiten bereik van de wind te pauzeren. Ik bestudeerde de kaart, het pad was op de kaart alleen in een vage richting aangegeven en in het landschap waren ook al nauwelijks aanwijzingen te vinden. Wanneer ik de kaart goed interpreteerde, moesten we afdalen in de kleine ondiepe vallei en iets naar links weer omhoog over de volgende heuveltop. Ik zag aan de overzijde ook wel iets wat weg had van een pad. Ik vertelde niet dat ik bezorgd was over het vervolg van de weg en gaf de richting aan waar we nu heen moesten. Het gedeelte wat we nu nog moesten klimmen viel tegen en was zeker voor Marko en Robert een tegenvaller. Halverwege deze klim hielden we even halt om rond te kijken. Loodgrijze wolkenluchten zover het oog rijkte.

Na een paar minuten vervolgden we onze klim, het was niet overal even duidelijk hoe het pad liep, je moest steeds goed in de verte de wat duidelijker aanwijzingen in de gaten houden. Twintig minuten later waren we bovenaan de heuveltop gekomen en zagen we het uitzicht aan de andere kant van de heuvels. Bijna krampachtig probeerde ik aanwijzingen in het landschap te vinden om er zeker van te zijn dat dit de goeie richting was. Ik moest er niet aan denken dat we na uren lang moeizaam dalen een verkeerde vallei bleken te zijn in gelopen. Hierboven was er nauwelijks sprake van een pad, we liepen dwars over een heideveld en het enige signaal van de juiste richting was een hoop gestapelde stenen in de verte. Op dit gedeelte van het pad moest je dus van de ene stapel stenen naar de andere lopen. Vandaar dat je in de mist niet veel verder zou kunnen, omdat je de stenen in de verte niet kon zien.

Soms moesten we van een rechte lijn afwijken, omdat we om een moerassig gedeelte heen moesten, het was dan belangrijk de locatie van de volgende stapel stenen goed in de gaten te houden, want deze verdween dikwijls even uit het zicht. Volgens mijn interpretatie van de kaart zou het pad eerst langzaam naar beneden moeten gaan, om dan bij een steil en rotsachtig gedeelte aan te komen, daar zouden we dan in korte tijd snel de vallei afdalen naar het riviertje, om vanaf dat punt licht dalend langs het riviertje verder de vallei in te gaan. Nog steeds bezorgd over de juistheid van het pad hield ik de omgeving in de gaten. Ik was dan ook erg blij om na ongeveer 20 minuten licht dalend over heidevelden een duidelijk rotsachtig pad voor me te zien wat zich snel dalend voor ons uitstrekte. In de verte beneden mij zag ik dat het pad aan het eind van dit gedeelte duidelijk als een weggetje langs het riviertje verder het dal verder ging.

Gerustgesteld dat het landschap om ons heen zich ontwikkelde zoals het volgens de kaart zou moeten, leidde ik Marko en Robert via een steile rotsige trap verder het dal in. Na een moeizame tocht over een zeer oneffen en rotsig pad tot aan het eind, geen gemakkelijk weggetje om losjes over te lopen, kwamen we langs de eerste nerderzetting: "Stonewaith". Volgens de kaart niet meer dan een paar huizen plus (zeer belangrijk) een "Inn". We besloten daar de rivier over te steken om even in de Inn uit te rusten. Vooral Robert had last van zijn voeten gekregen en ook Marko had het even helemaal gehad. De open haard brandde in de Inn en buiten regende het inmiddels. We rustten wat uit en dronken een cider. Volgens de barman was Rostwaith nog ongeveer 10 minuten lopen. Dat bleken er later zo'n 20 minuten te zijn. Uiteindelijk arriveerden we rond 18:30 uur in Rostwaith in de "Royal Oak Hotel"; dinner werd geserveerd om 19:00 uur, alleen maar even omkleden dus.


Dag 6


Reizen van Rosthwait naar Braithwait - wandelen in de omgeving van Braithwait.
Vandaag geen uitgebreide wandeling gepland. Gisteren was iets teveel voor ons. We besloten om met de bus via Keswick naar Braithwait te gaan. Het regende gestaag terwijl we met onze rugzakken bij de bushalte in Rosthwait stonden. De busrit naar Keswick duurde ongeveer 30 minuten en in Keswick hadden we 45 minuten voordat de bus naar Braithwait vertrok. In Keswick aangekomen regende het nog steeds. Marko en ik besloten daar een goeie regenjas te kopen, er zijn daar erg veel "outdoor shops" en we vonden beiden iets afgeprijsd. De busrit van Keswick naar Braithwait duurde ongeveer 10 minuten. We stapten uit in Braithwait en gingen op zoek naar onze overnachting: de "Coleday Inn". We vonden het snel en brachten de rugzakken naar onze kamer.

Inmiddels was het droog geworden en begon de zon meer en meer te schijnen. We besloten om in de omgeving te gaan lopen, richting "Bassenthwaite Lake". Het was een prettige wandeling zo zonder rugzak en met steeds meer zon.

Die avond aten we een barmeal in de "Coleday Inn", dronken nog wat pints na afloop en gingen op tijd naar bed.


Dag 7


Reizen van Braithwait naar Buttermere - wandelen in de omgeving.
Vandaag zouden we met de bus naar Buttermere gaan. Toen ik, bij het afrekenen, zei dat we naar Buttermere gingen, vertelde de barman mij dat het een zeer pittoreske omgeving was. Ik besloot dit niet aan Marko en Robert te vertellen, om geen verwachtingen te scheppen. We gingen naar de bushalte in Braithwaite en stapten daar op de bus. De bus naar Buttermere ging door Braithwaite; dat wisten wij niet, waardoor we eerst naar Keswick gingen om daar op de bus naar Buttermere te stappen en daardoor een half uur later weer langs dezelfde bushalte in Braithwait reden. De busrit naar Buttermere was een prettige rit met fraaie uitzichten. In feite is deze busdienst een goeie manier om zich te laten vervoeren door het centrale gedeelte van het Lake District. De bus gaat ieder uur en rijdt in een cirkel van Keswick door het Lake District terug naar Keswick. De ene bus rijdt met de klok mee en de andere dus tegen de klok in. Je kunt voor een dagwandeling eenvoudig ergens heen gaan met de bus, een wandeling uitstippelen en ergens anders de bus weer oppikken. Na een busreis van 50 minuten kwamen we in Buttermere aan. Buttermere zelf is niet meer dan twee hotels en twee winkeltjes. Wij hadden een overnachting in de "Bridge Hotel" geboekt. Dit hotel was het duurste van de hele week, maar wel erg sfeervol en prettig om in te verblijven. De prijs was inclusief een vijfgangen diner, wat heerlijk smaakte.

We arriveerden om 11:00 uur in de "Bridge Hotel", wat natuurlijk erg vroeg was. De kamers waren nog niet gereed, maar we lieten de rugzakken in het hotel achter en gingen in de omgeving wandelen. We besloten om rond "Lake Buttermere" te gaan wandelen. Het weer was droog, maar met zeer dramatische luchten. Het bleek een prachtige wandeling rond het meer te worden.

Toen we weer vlakbij Buttermere aankwamen begon het heftig te regenen; onze regenjassen kwamen goed van pas. We aten een "dairy icecream" en dronken een kop thee. Toen het weer wat droger was, besloten we naar de oevers van "Crummock Water" te gaan.

Het weer was daar ruig en na enige tijd in de wind en de regen te hebben gestaan, liepen we weer terug naar ons hotel, waar we in de bar aan de cider gingen.


Dag 8


Reizen van Buttermere naar Amsterdam Schiphol.
Vandaag zou vooral een dag van reizen worden. Om 11:10 uur namen we de bus richting Keswick (een mooie tocht met fraaie uitzichten) en daar stapten we om 12:00 uur over op een bus richting Penrith. Het was de bedoeling om verder met de trein naar Preston en Ormskirk te gaan, maar omdat op bepaalde gedeeltes een staking van trein-verkeersleiders was, reden er geen treinen vanaf Penrith. We werden met een bus naar Preston gebracht. In Preston hadden we genoeg tijd om wat te drinken in een pub dichtbij het station. Om 15:45 namen we de trein richting Omskirk, waar we zouden moeten overstappen op een trein richting Liverpool. In de trein vertelde de conducteur echter dat er vanwege de staking helemaal geen treinen vanuit Omskirk richting Liverpool zouden vertrekken! We stapten uit in Omskirk en na enig informeren bleek dat we met een lokale busverbinding naar Liverpool konden. Gelukkig accepteerde de buschauffeur onze treinkaartjes als geldig vervoersbewijs. Omdat de bus later in Liverpool aankwam dan de geplande trein, namen we een taxi naar het vliegveld. Uiteindelijk kwamen we ruim op tijd op het vliegveld aan en waren we rond 21:30 lokale tijd weer terug in Amsterdam.